Vikersund, december 2014

Heb je 7 weken zomervakantie, dan zou je toch zeggen dat er een nieuw dagboek geschreven kan worden. Nou, niet dus. Deze zomervakantie zat vol met allemaal leuke dingen, waardoor er van schrijven niet veel terecht kwam. Niet dat ik nou alle dagen iets te doen had, maar tussen de leuke dingen door moest ik ook even bijkomen. Het laatste deel van het schooljaar was vrij intensief geweest, alsmede alle dingen die ik tussendoor nog ondernam. Ik had afgelopen schooljaar 3 extra weken onbetaald verlof aangevraagd om zo af en toe de accu te kunnen opladen in plaats van ziek te worden. Zo had ik in het voorjaar nog een week over, en die heb ik over verschillende weken verdeeld, zodat ik bijvoorbeeld in april naar een seminaar in Zürich kon. Mijn goede vriendin Inge (die ik al van de middelbare school ken) woont daar en zij is net als ik met het spirituele bezig. Zij was al meerdere keren naar een lezing van Michael Tamura geweest. Een Amerikaan die vol humor onderwijst in de dingen tussen hemel en aarde. Inge had mij al eens een CD opgestuurd met een lezing van hem en dat voelde erg goed. Zodoende dat de beslissing om begin april naar een seminaar met Michael Tamura te gaan snel genomen was. Vrij kon ik gelukkig krijgen, dus zo vloog ik op een vrijdagochtend (met SAS via Kopenhagen in plaats van met KLM via Amsterdam zoals gepland, ja, ja, die overboekingen, je snapt er niets van. Zouden ze daar nou echt zoveel op verdienen?) naar Zürich. Een intensief weekend met veel meditaties en belevenissen was het vervolg. Zalig om weer even persoonlijk met Inge dingen te kunnen bespreken en zalig om even tijd aan mezelf te besteden. Het heeft me weer wat gebracht, al is het moeilijk uit te leggen wat precies. Een cadeautje voor mezelf dit weekend!
Het weekend daarna was het tijd om naar Engeland te vliegen. Tijdens een tienertoer in (volgens mij) 1985, ontmoette ik in Valkenburg twee Engelse dames (twee zussen) van rond de 60. Na een leuk gesprek werden adressen uitgewisseld, en sindsdien hebben we contact gehouden. Ze woonden bij elkaar in de straat en ik heb ze meerdere keren (o.a. 2x toen ik au-pair was in London) opgezocht. De laatste keer was zo'n 20 jaar geleden. Al meerdere keren hadden ze gevraagd wanneer ik nou weer eens op bezoek zou komen, maar door onze verhuizing(en) naar Noorwegen was dat er nog niet van gekomen. Van Jean had ik begrepen dat het niet zo goed ging met Norah en dat zij niet meer thuis woonde en dat ze dingen begon te vergeten. Als ik nu niet op bezoek zou gaan kon het misschien te laat zijn. Jean en Norah zouden in mei respectievelijk 90 en 92 jaar worden. Een ticket werd dus geboekt, slapen kon ik bij Jean, die er ook op stond dat ze de taxi vanaf het vliegveld Newcastle zou betalen. Jean en Norah wonen in Blyth, een dorpje aan de noord-oost kust van Engeland, ten noorden van Newcastle (foto 1).

foto 1:

Op het strand bij Blyth

Het was fijn om Jean weer te zien en herinneringen op te halen. Samen zijn we bij Norah op bezoek geweest. Norah herkende ons niet en kon alleen maar wat geluidjes uit brengen. Het was duidelijk dat ze wat wilde zeggen, maar voor ons niet te verstaan was. Moet vreselijk frustrerend zijn. Maar zou ze het zelf doorhebben? Ik had foto's meegenomen van de keren dat ik bij ze ben geweest en van de eerste keer dat we elkaar ontmoetten. Of Norah doorhad wie ik was, weet ik niet, maar volgens Jean lachte ze meer dan anders en dat was fijn. Een hele tijd heb ik naast Norah gezeten en haar hand vastgehouden. Norah was Norah niet meer, tot het moment dat ik opstond (na lang op mijn knieën te hebben gezeten) met veel moeite. Ineens zegt Norah: "Old age" en begint te lachen. Fantastisch! Een teken dat ze er toch even was om daarna weer in haar cocon te duiken. Het was vreemd om Norah zo te zien, ook al was ik er op voorbereid. Ben blij dat ik gegaan ben en haar gezien heb. Een aantal weken later belde Jean om te vertellen dat Norah was overleden.

De rest van de tijd in Blyth heb ik doorgebracht met Jean, en daarnaast wandelen en geocachen. Het was grappig om te zien dat de caches hier toch weer wat anders dan in Noorwegen waren. Een aantal zeer originele en dat is altijd erg leuk! Een dagje Newcastle (shoppen en cachen) werd afgesloten met een wandeling over het strand terug naar Blyth. Het weer was goed en de stranden zijn zandstranden en niet zoals in Zuid-Engeland steentjesstranden (foto 2).

foto 2:

Op het strand tussen ten zuiden van Blyth

Op school ben ik vanaf april druk geweest met een storyline over de ijzertijd. Eerst hebben we een tijdmachine gemaakt en alle leerlingen hebben getekend waar zij naartoe terug zouden willen als we zouden kunnen reizen met de tijdsmachine. Toen de tijdmachine klaar was hebben we onze eerste reis gemaakt. We zouden terug naar de tijd van de pyramides in Egypte, maar ik drukte op een verkeerde knop (hè, hoe kan dat nou?). Toen we uit de tijdmachine kwamen vonden we een aantal dingen op de grond (o.a. een handkorenmolen, een kaartweefgetouw, flintsteen) (foto 3).

 

foto 3:

Dit vonden we toen we uit de tijdsmachine kwamen: schaar, mes, flintsteen, vuurslag en kaartweven

Op de brikkevev (kaartweven) stond met runeletters geschreven: ijzer. Zodoende wisten we dat we in de ijzertijd terecht gekomen waren. Naar aanleiding daarvan hebben we bedacht hoe de omgeving eruit zou zien, hoe de mensen die daar woonden heetten en wat ze deden. Fantastische verhalen kwamen er los en hele families werden gemaakt. Ook vonden de kinderen in de dagen die volgden uit hoe ze woonden, hoe de kleding eruit zag, waar het van gemaakt was, hoe ijzer gewonnen werd en nog veel meer dingen die met de ijzertijd te maken hadden. De motivatie was top, alle leerlingen zochten informatie op over het onderwerp dat ze gekozen hadden en maakten er een presentatie van. Iedereen werkte op zijn niveau en dat was prachtig om te zien. Dit is ECHT ONDERWIJS! Aan elkaar vertelden ze wat ze uitgevonden hadden en zo leerden ze van elkaar. 

foto 4:

Een van de families die we in het ijzeren tijdperk tegenkwamen

Tussendoor kwamen we ook nog in 1814 terecht waar we van dichtbij meemaakten hoe in dat jaar in Noorwegen de grondwet tot stand kwam. Dit jaar was het nl. 200 jaar geleden dat dat plaatsvond, een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Noorwegen, die natuurlijk gevierd moest worden.
Maar voor het grootste gedeelte waren we toch in de ijzertijd. Uiteindelijk bezochten we Hringariki, een museum in Hønefoss, een uurtje rijden bij school vandaan. Op het terrein van het museum liggen grafheuvels uit de ijzertijd en er zijn sporen gevonden van een langhuis dat daar gestaan heeft. Dat huis hebben ze nu weer opgebouwd en in de zomer zijn er rondleidingen en worden er oude handwerktechnieken (naaldbinden, kaartweven, spinnen op een spintol etc.) gedemonstreerd. Voor de leerlingen was er een heel programma, met o.a. boter maken, koekjes bakken en ook boogschieten. Een groot succes! De medewerkers van het museum zeiden later dat ze nog nooit zo'n gemotiveerde en geïnteresseerde groep hadden gehad! Ja, dat doet deze methode: kinderen leren veel zelf en kunnen dan vragen stellen aan specialisten over dingen die ze niet hebben kunnen vinden. Na het bezoek aan het museum was de motivatie nog groter en bleken de leerlingen veel opgestoken te hebben. Tijdens de zomerafsluiting (dit jaar al op 20 mei!) zouden we de ouders vertellen over onze reis met de tijdsmachine m.b.v. een powerpointpresentatie en daarna zouden de kinderen demonstreren wat ze hadden geleerd (o.a. vuurslag gebruiken, tarwe malen, naaldbinden, kaartweven, spinnen, kaarden, presentatie van de families, langhuis). Maar toen ik checkte of ze op het toneel stonden, bleken ze verdwenen te zijn. Bleken ze nog even de tijdmachine gebruikt te hebben om terug te gaan naar de ijzertijd en wat gebruiksvoorwerpen mee te nemen! Toen moest iedereen mee naar de tijdmachine en daar kwamen de leerlingen gelukkig net op tijd weer mee terug voor een geslaagde zomerafsluiting!

foto 5:

Langhuis uit de ijzertijd

Als je lesgeeft is het altijd maar de vraag wat kinderen onthouden van wat je ze vertelt. Bij storyline ontdekken ze veel zelf en leren van elkaar en dat blijft beter hangen. Dat bewijs kreeg ik na de zomervakantie, toen iedereen vertelde over zijn/haar zomervakantie. Ik vertelde dat ik een paar dagen in Hringariki was geweest, in het langhuis. Ik had twee nieuwe leerlingen in de klas en één van hen vroeg wat een langhuis is. Roept één van mijn meer praktisch ingestelde leerlingen uit: "Dat is een huis uit de ijzertijd!" Tjakka!

foto 6:

Onze tijdsmachine

Nu we het toch over school hebben, maar even door over school en wat er het afgelopen jaar daar gebeurd is. De laatste maanden voor de vakantie waren zwaar, vnl. door wat kinderen met gedragsproblemen en een directie die eigenlijk niet doorhad waar ik het over had. Ik kreeg het gevoel dat ze vonden dat ik zeurde en dat iedereen wel kinderen in de klas had die moeilijk te handhaven waren. Je voelt je dan erg zwak. Doordat ik nog wat vrije dagen had en genoeg andere dingen om mijn aandacht af te leiden, heb ik het jaar goed kunnen afsluiten. Ik heb de hele tijd gezegd dat ik niet hoger dan klas 4 (groep 6) wilde lesgeven, maar toen ik voor de keuze stond om nog een jaar met deze klas door te gaan, of een klas 1 (groep 3) heb ik besloten toch nog maar een jaar door te gaan. Ik weet wat ik heb, niet wat ik krijg, en ik was niet zeker of ik de energie had voor een eerste klas. Nu achteraf twijfel ik soms aan mijn keuze, maar als ik kijk naar mijn energieniveau van de afgelopen maanden (na de zomervakantie), geloof ik niet dat ik een eerste klas vol gehouden had. De problemen in mijn klas zijn niet opgelost (en zullen dat ook wel nooit worden), maar doordat ik de kinderen ken en wat meer op routine draai, gaat het redelijk. Al vraag ik me meer en meer af hoe lang ik het in het onderwijs nog vol zal houden. Loop steeds meer tegen dingen aan, zowel binnen het schoolsysteem (regeltjes, administratie, manier van werken etc.) als wat betreft het gedrag van kinderen en hun ouders. Het lijkt wel alsof kinderen niets meer kunnen hebben, snel op hun teentjes getrapt zijn, en hun eigen rol in het geheel niet zien. Als ze aangesproken worden op hun gedrag worden ze razend en lopen van school weg. OK, niet alle leerlingen, maar het lijkt wel alsof het er steeds meer worden. Ouders verwachten ook steeds meer van ons en dat we maar rekening houden met alle nukken van hun kind. Het is prima dat we alle kinderen zien en rekening met ze houden, maar in een klas zit niet maar 1 kind, maar wel meerdere. Als ik rekening moet houden met elk kind en tijd moet nemen om met elk kind te praten, dan komt er van lesgeven niets meer terecht. En die andere leerlingen dan, die wel zich aan de regels houden en zich goed gedragen? Dat laatste vind ik nog het moeilijkst. Die kinderen hebben evenveel aandacht nodig, maar daar heb je geen tijd voor.

Goed, je merkt het: de motivatie is niet op topniveau en dat is het eigenlijk ook niet geweest sinds het begin van dit schooljaar. Na de zomervakantie was er een stakingsdreiging in het onderwijs en voor het eerst in mijn leven dacht ik: "ik hoop dat onze school gaat staken, dan hoef ik niet aan het werk met mijn klas." Ik schrok van mijn eigen gedachten. We zijn niet gaan staken, maar het gevoel bleef. Een verhuizing van ons noodgebouw en de "nasjonale prøver" (soort CITO-toets voor klas 5), maakten het er niet beter op. Onze school wordt vernieuwd. Er wordt een nieuw deel gebouwd (dat is nu net voor de kerst klaar) en het oude gedeelte wordt gedeeltelijk gerenoveerd en de rest gaat tegen de vlakte. Al sinds ik op deze school werk, zit mijn klas in een noodgebouw, samen met nog 3 klassen. Ons werd verzekerd dat we niet zouden hoeven verhuizen tot aan de zomer van 2015. Mooi zo! Dachten we. Mooi niet, dus! Ongeveer 2 weken voor de herfstvakantie kregen we te horen dat het noodgebouw in de weg stond voor leidingen die getrokken moesten worden en dat het verplaatst zou moeten worden. Dat betekende dat we twee weken geen gebruik van ons lokaal konden maken en dat ons tijdelijke lokaal het voormalig gezondheidscentrum was, aan de andere kant van de weg. Hier hadden we meerdere ruimtes ter beschikking, maar allemaal erg klein. De grootste ruimte was de helft van ons klaslokaal! En er stonden geen stoelen en banken, die moesten we zelf meenemen! Het weer was gelukkig goed op de dag dat we verhuisden. Enig logistiek denken ging eraan vooraf. Wat eerst verhuizen, wat dan, etc. Eerst liepen de kinderen met twee plastic zakken met hun boeken naar onze nieuwe ruimte. Daarna droeg iedere leerling zijn stoel naar de overkant. En als laatste werden de banken naar de overkant gedragen. Omdat ze moesten wachten bij een stoplicht, gingen de eerste die aankwamen op hun stoel bij het stoplicht zitten. De anderen die volgden gingen ernaast zitten. Een prachtig gezicht. Een voorbijganger vroeg zich af wat dit nou allemaal was. Als antwoord kreeg hij: " dit is nou wat wij openluchtschool (uteskole) noemen!" Helemaal tevreden met het antwoord liep hij verder. (foto 7)

foto 7:

"Uteskole"

 

Uiteindelijk verliep de verhuizing goed, maar na de herfstvakantie moesten we weer terug verhuizen naar het noodgebouw, dat nu ineens een stuk verder weg stond. Nu moeten we 6 min. lopen voordat we bij het hoofdgebouw zijn! Het is allemaal wat intensiever en ook die twee weken in het gezondheidscentrum waren vermoeiender dan normaal. Alles is nieuw, dichter op elkaar, leerlingen tegen het plafond. Wel geprobeerd normaal les te geven, maar echt lekker liep het niet. Nu zitten we weer in het noodgebouw, maar verder van het hoofdgebouw af, op het schoolplein van de middelbare school, afgezonderd van de rest van de school. We voelen ons soms erg buitengesloten. Moeten ver lopen voor een copymachine en zien onze andere collega's niet of nauwelijks. Daar komt nu nog bij dat we ook geen kantoren en personeelsruimte meer hebben, aangezien die opgeknapt worden. Ik kan me voorstellen dat een aantal van jullie denkt: "Joh, waar maak je je druk over. Er zijn ergere dingen." Mee eens, maar het heeft invloed op mijn dagelijkse leven en het is erg vermoeiend. Daarbij komt dat ik al sinds de zomer het gevoel heb erg vlak te zijn in mijn emoties (wel diepe dalen, maar geen hoge toppen), en dan is extra drukte, extra nadenken, extra irritatie niet echt gunstig voor een positieve instelling.
Gelukkig gaat het nu weer wat beter. Volgens een homeopaat ben ik in de overgang en is dit een van de klachten. Het zou goed kunnen, al heb ik (nog) geen last van opvliegers. Ben blij dat ik nu een kapstok heb waar ik mijn klachten aan op kan hangen, was bang dat ik overspannen/burn-out zou zijn. Door medicijnen van een homeopaat voel ik me nu beter en heb ik meer energie. Ook probeer ik meer tijd te besteden aan dingen die ik leuk vind en waar ik energie van krijg (al is dit erg moeilijk als je doodmoe uit school komt....). Het zal jullie niet verwonderen dat waar ik o.a. energie van krijg, met handwerken te maken heeft. Al een tijdje ben ik lid van "jernalderringen" (de ijzertijdkring). Een groepje vrouwen, verbonden aan Hringariki (ijzertijdmuseum in Hønefoss), dat handwerktechnieken uit de ijzertijd levend probeert te houden. Zo leren we elkaar technieken als naaldbinden en kaartweven, en maken we schoeisel en kleding die we kunnen gebruiken op dagen dat we meehelpen in het langhuis. In september hadden we een weekend waarin we het bewerken van been/gewei leerden (foto 8).

foto 8:

Been, been, en nog eens been

 

 

Al heel lang had ik zin om dit te leren, nu was daar eindelijk de mogelijkheid. Een extern persoon werd ingehuurd die ons een weekend lang vakkundig uitleg gaf. Fantastisch! Zo leerden we hoe je beenderen moet koken voor je ze kunt gebruiken, hoe je pezen tot draad kunt maken, hoe je naaldbindingsnaalden kunt maken en welke gereedschappen je daarvoor het beste kunt gebruiken. Het bleek een heel karwei, maar het was ontzettend leuk! Heb zeker zin om hier wat meer mee door te gaan. Dat kan er ook nog wel bij......... bij al die andere honderd interesses! En tijd? Tja, dat is geloof ik het grootste probleem! Wie weet wordt dat in de toekomst nog eens opgelost.

foto 9:

gaatje boren in een stukje been dat aan het eind van de dag omgetoverd is tot een naaldbindingsnaald

 

Zoals gezegd is de jernalderringen verbonden aan het museum. Om het langhuis in de zomer levendigere te maken, wordt de jernalderring gevraagd om (vrijwillig) in het langhuis te zijn en wat technieken te demonstreren. Afgelopen zomer heb ik daar een aantal dagen meegedraaid. De bedoeling was dat ik o.a. naaldbinden en kaartweven zou demonstreren, maar door gebrek aan bezoekers kwam daar niet veel van terecht. De dagen dat ik er was, was het erg warm (rond de 30 ͦ C) en dan gaan er maar weinig mensen naar een museum. En dat terwijl het in het langhuis lekker koel was! Ondanks een laag bezoekersaantal heb ik me prima vermaakt. Ik loop rond in kleding zoals ze waarschijnlijk in die tijd droegen, op blote voeten, en vermaak me met dingen die ik mij interesseren (handwerk en het overbrengen van kennis). Wat meer kan een mens wensen? Dat je er ook nog voor betaald wordt? Zou absoluut leuk zijn! Wie weet is dat de volgende stap!
In september was er ook een dag waarop het museum onze hulp inriep. Bezoekers gingen 2000 jaar terug in de tijd (via een soort tijdsmachine), kregen kleding aan en een rol toebedeeld. Aangekomen in het langhuis moesten ze meehelpen met het malen van het graan, spinnen van wol, smeden, koekjes bakken, boter maken, etc. Prachtig! Ik was een van de tantes van de vrouw des huizes. De heer des huizes was net terug gekomen van een lange reis en nu moest er gefeest worden. Buren werden uitgenodigd en er moest een maaltijd bereid worden. Kinderen, maar ook volwassenen, vonden het prachtig en gingen helemaal in hun rol op. Sommige kinderen wilden helemaal niet meer naar huis! Een prachtige manier van leren die ze nooit meer vergeten!

In deel 2 meer over mijn interesse voor alles wat met handwerk en de ijzertijd/vikingtijd te maken heeft.

Tot dan!

Andrea

 

Sluit af met een een foto van meerdere dames van de jernalderringen voor het langhuis in ijzertijdkledij.