Slinde, 3 juli 2003

Vijf over half elf ‘s avonds, aan de fjord. Kabbelend water, wat vogels die zingen, en verder niets dan stilte. Tegenover mij, aan de andere kant van de fjord, hoge, ronde bergen met sneeuw erop. Achter mij ons appartement, Lunden Ferieleiligheter, de weg van Sogndal naar Hermansverk en meerdere hellingen met fruitbomen. Op dit moment zit ik (in een T-shirt en spijkerbroek) op een aantal rotsen bij ons appartement aan de Sognefjord. Het uitzicht is (natuurlijk) prachtig. Het is ongelooflijk dat je op dit tijdstip nog zo lekker buiten kan zitten, in volledige rust. De Sognefjord is de langste (204 km) en diepste (1308 m) fjord van Noorwegen. We (Henk en ik vanaf nu) hebben hier voor 2 nachten een appartement gehuurd. Toen ik onze reis aan het plannen was, kwam ik Lunden Ferieleiligheter tegen op internet. Prachtige foto’s. Het zag er heel aantrekkelijk uit. Meteen geboekt. Twee nachten voor maar 1100 kronen (140 euro ongeveer). Het was natuurlijk een gok, maar in werkelijkheid is het net zo mooi als op de foto’s. De appartementen zijn tiptop. In het huis zijn 4 appartementen. Elk appartement biedt plaats aan 4 mensen. Het heeft een eigen keuken, woonkamer (met tv) en een keukenblok (met koelkast en fornuis). Verder kun je gebruik maken van een wasruimte waar een wasmachine en een droogtrommel staan. Echt heel goed verzorgd. De appartementen zijn schoon en zien er goed uit. Nou, zoals je wel merkt zijn we helemaal lyrisch van deze plek! Het appartementencomplex wordt gerund door een echtpaar dat in het huis aan de andere kant van de weg woont. Hij, Jon, is fruitteler en heeft o.a. appel-, peren- en pruimenbomen. In augustus en september kun je dit fruit ook bij ze kopen. Verder verkopen ze eigen honing. Erg lekker! Aardige mensen die met zorg de appartementen beheren. Echt een aanrader! (adres te verkrijgen bij moi).

Ik zal jullie nog even op de hoogte brengen van de afgelopen dagen. Ik heb inmiddels begrepen dat het weer in Nederland nou niet echt is om over naar huis te schrijven, maar hier in Noorwegen is het weer schitterend. In ieder geval de laatste twee dagen. Toen ik maandag Henk van het vliegveld ging halen was het erg warm en redelijk zonnig.

Ik heb Henk opgehaald in Værnes, het vliegveld van Trondheim. Het ligt ongeveer 25 km van Trondheim af. Het is een klein vliegveld. Zo kom je als je iemand komt ophalen meteen bij de bagagebanden. Geen controle, niets. Henk hoefde niet eens zijn paspoort te laten zien!

Ik ben ‘s ochtends om 8 uur uit Tolga vertrokken aangezien ik ook nog zo’n 250 km voor de boeg had. Ik ben via Røros en Brekken gereden. Een  route die ik toen ik vanuit het noorden naar Tolga reed al een keer gedaan had. Het voordeel van deze route is is dat je niet Trondheim door hoeft en je dus ook niet 2 x tol hoeft te betalen. Het is een mooie route omdat je nog een soort hoogvlakte over moet. Ik heb het vrij snel gereden en ik had dus nog even tijd om de auto door de wasstraat te gooien. Hij zag er niet uit! Zand, zand en nog eens zand. In plaats van rood was de auto bijna geel! Nou, je auto hier door de wasstraat halen kost je bijna een fortuin. Ik was 80 NOK (10 euro) kwijt voor een gewone wasbeurt, zonder veel extra’s!! Maar goed, hij is nu weer (redelijk) schoon, en met deze auto durfde ik Henk ook wel weer op te halen. Het was trouwens best raar om hem weer te zien na 5 weken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik hem niet echt gemist heb deze 5 weken. Te druk met andere dingen en indrukken denk ik. Wel heb ik natuurlijk veel aan hem gedacht en we hebben elkaar om de twee dagen gebeld. Het was natuurlijk wel heel fijn om hem weer te zien!

Vanaf dat moment moest ik de auto ineens delen. De spullen moesten anders ingepakt want ook Henk zijn spullen moesten mee in de auto. Ook kan ik nu niet even wat spullen op de stoel naast mij gooien. En moet ik zorgen dat alles een beetje geordend is. Een ander verschil is dat ik nu weer rekening moet houden met iemand anders en dat het een stuk drukker is. Ineens zit er iemand naast me die praat, uitleg wil. Wel weer even wennen hoor! Maar ook fantastisch dat ik hem nu dit  mooie land mag laten zien en hem dingen over de cultuur en de mensen kan uitleggen. De eerste dag was ik best wel zenuwachtig; zou hij het wel net zo mooi vinden als ik, of zou hij zich gaan vervelen?

Gelukkig was hij van het eerste stuk (terug naar Tolga) net zo onder de indruk als ik. In Røros zijn we even gestopt om wat koffie te drinken en kaarten te kopen. Røros is een klein oud mijndorpje. We hebben even door de oude straatjes gelopen. Ze zijn op dit moment bezig om de huizen weer wat op te knappen. Een mooi dorpje, maar 1 dag is genoeg.

In een winkel in Røros troffen we een man die helemaal weg van Nederlanders was. Hij vond ze de aardigste mensen die hij in de winkel kreeg. Hij was zelfs begonnen om Nederlands te leren! Ja, ja.

Om ongeveer 6 uur kwamen we weer in Tolga aan. Eerst zijn we even mijn bagage gaan halen bij Rønnaug en Einar en kon Henk kennis met ze maken. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want de familie was aan het “silo rijden”, gras maaien en in grote silo’s opslaan.

Daarna zijn we doorgereden (ongeveer 100 meter van de boerderij vandaan) naar Leif en Ingeborg, de ouders van Einar. Daar hebben we die 1e nacht overnacht. Leif en Ingeborg hebben geen dieren, waardoor het mogelijk was bij hun te overnachten (Henk is nl. allergisch). Het middageten stond al voor ons klaar. Ingeborg had zich helemaal uitgesloofd. Heel lief. Zij zelf hadden al gegeten. Ze hielden zich wat op de achtergrond, maar na aandringen van onze kant zijn ze toch ook bij ons aan tafel komen zitten. Het zijn heel bescheiden mensen. Ik ben zeer op deze mensen gesteld, en zij ook op mij, geloof ik. Leif zei nl. op een gegeven moment dat hij het leuk vond dat hij nu ook eindelijk Henk had ontmoet, hij vond het alleen jammer dat Henk mij weer met zich mee zou nemen!

‘s Avonds heb ik Henk nog even wat van de omgeving laten zien en zijn we naar de seter en het boothuis geweest.

De volgende dag wilden we redelijk vroeg vertrekken maar dat is niet helemaal gelukt, ondanks dat we toch vroeg wakker waren. Eerst moesten we natuurlijk uitgebreid ontbijten en toen we terugkwamen van de supermarkt stond de koffie met Noorse wafels klaar. “Vafler med rømme og syltetøy”, wafels met zure room en jam, een absolute must als je in Noorwegen bent. Zoet, maar erg lekker!

Het was moeilijk om afscheid te nemen van deze mensen. Je weet niet of je ze nog weer zult zien. Leif wordt in oktober 79. Volgend jaar 80, dus Henk en ik hebben besloten om te proberen dan weer naar ze toe te gaan.

Uiteindelijk vertrokken we rond 12 uur richting Oppdal/Dombås/Lom. Het weer was niet echt goed, zwaarbewolkt, maar het regende niet. Tijdens de reis (eerst van Tolga naar Tynset en van daar rijksweg 3 naar Ulsberg) klaarde het wel wat op en toen we in Oppdal (vanaf Ulsberg de E6) aankwamen scheen de zon en was het warm. In Oppdal hebben we een CD-speler/cassetterecorder/radio afgegeven voor Ellen Marie. Ze heeft daar vrienden, dus dat kwam mooi uit. Oppdal is een  redelijk grote plaats die zeker in de winter veel bezoekers heeft. Je kunt er nl. goed skiën. Vanaf Oppdal zijn we via de E6 over Dovrefjell naar Dombås gereden. Op de heenreis ben ik ook al over Dovrefjell heengereden. Het is een soort hoogvlakte. De weg is er tamelijk recht en de bergen zijn meer hellingen, afgeronde toppen met nog sneeuw erop. Een mooi stuk om te rijden. Het weer werd echter wel weer wat minder, het trok steeds meer dicht.

In Dombås hebben we gestopt bij het Trollmuseum. Een klein museumpje met allerlei leuke geluidseffecten, over de geschiedenis van (Noorwegen en) de troll. Erg leuk en zeker prachtig om met kinderen een keer heen te gaan.

Vanaf Dombås weer een stukje E6. Bij Nord-Sel besloten we van de E6 af te gaan (in plaats van door te rijden naar Otta en daar de rijksweg 15 te nemen) en een stuk af te snijden naar Lom. Het eerste stuk was goed te rijden. Het ging wel wat steil omhoog, maar goed, ik ben inmiddels wel wat gewend. Na een paar kilometer echter werd het nog steiler (16% stijging) en  werd het een “grusvei”, een onverharde weg. Daarbij ging het ook nog regenen, nou, je kunt je dus wel voorstellen dat het een  groot feest was om hier te rijden. Ik was zo geconcentreerd bezig met rijden dat ik eigenlijk niets van de omgeving gezien heb. Het zal best heel mooi geweest zijn, en ik denk dat het als het mooi weer is, absoluut een mooi stukje weg is.

Uiteindelijk zijn we uitgekomen op de 15 en zijn we doorgereden naar Lom. Je rijdt eerst een stuk langs het “Vågåvatnet”, een langgerekt meer.

In Lom hadden we een hut geboekt bij “Nordal Turistsenter”. Een vrij grote camping met veel hutten. Onze hut lag vlak langs een rivier die met donderend geweld naar beneden stroomt. De hut zelf was niet al te best vonden wij; het ene stapelbed was scheef (ik heb dus maar op een matras op de grond gelegen), de ventilator in de badkamer maakte een  hels lawaai als je het licht aandeed, de gordijnen waren ten eerste niet allemaal even lang (dat is niet het grootste probleem), ten tweede leek het wel alsof ze ieder moment naar beneden konden komen, met ophangingen wel. We kregen er gewoon de slappe lach van op een gegeven moment. De limit was wel toen we de volgende ochtend onder de douche stonden en we na zo’n 5 minuten geen warm water meer hadden! Ik ben niet iemand die snel gaat klagen, maar dit vond ik niet normaal, zeker gezien de prijs die we voor de hut betaald hadden (620 NOK, zo’n 75 euro). De jongen bij de receptie dacht dat de warmwater tank klein was en dat dat de reden was dat we geen  warm water meer hadden. Ja, en wat doe je dan als je met 4 personen in zo’n hut slaapt? We hebben uiteindelijk 120 NOK teruggekregen. Vond ik ook niet meer dan logisch. We zullen er de volgende keer ook niet weer naar toe gaan (en ik maak voor deze camping ook absoluut geen reklame!). Slechte hutten, en toch vrij massaal.

Lom is een dorpje met zo’n 700 inwoners. Het is een vrij toeristisch plaatsje; het heeft een “stavkirke”, een stenenmuseum en het ligt aan het begin/eindpunt van de toeristische Sognefjellsveien (Sognefjellsweg), rijksweg 55. De meeste attracties zijn in het zomerseizoen tot 8 of 9 uur ‘s avonds geopend.

Henk en ik zijn eerst in een KRO wat gaan eten. Een KRO is een wegrestaurant waar je kunt kiezen uit een aantal gerechten. Vlees/vis met aardappelenen groenten/salades. Betaalbaar en goed. Over het algemeen is het in de restaurants hier in Noorwegen zelfbediening.

Na het eten zijn we nog een stuk gaan lopen en hebben we o.a. de mooie stavkirke bekeken.

De volgende ochtend zijn we (na de koude douche) nog naar het stenenmuseum geweest. De toegang is gratis! Ze hebben echt ontzettend veel stenen, uit de hele wereld, maar ook veel uit Noorwegen. Ik kon het  natuurlijk niet laten om nog wat kleine steentjes te kopen.

Daarna zijn we (met regen) vertrokken. Eerst zijn we even naar “Nissegaard” gereden. Dit is een camping met hutten, waar ze ook een tentoonstelling hadden van allerlei kabouters (nisse). Ik had hierover op internet gelezen en wilde wel eens weten of dit leuk was. De hutten die ze hier verhuren waren zo’n 200 kronen duurder dan in Nordal Turistsenter, maar ik geloof dat we de volgende keer als we in Lom moeten/willen overnachten toch kiezen voor Nissegaard. De tentoonstelling van de kabouters was nog niet klaar. Wel hadden ze veel  verschillende kabouters te koop in een winkeltje. Wel erg leuk, en ik denk dat als de tentoonstelling klaar is, het voor kinderen erg leuk kan zijn.

Met een zwaarbewolkte lucht zijn we begonnen aan onze tocht over de Sognefjellsveien (Sognefjellsweg). Een tocht van Lom naar Gaupne aan de Sognefjord. Een tocht van ongeveer 110 km. Je rijdt een deel door het Jotunheimen Nasjonalpark. Deze route is in de winter gesloten, aangezien het door de bergen gaat. Het hoogste punt ligt op 1434 meter hoogte. Toen ik drie jaar geleden met mijn ouders deze route eind mei reed, reden we op sommige stukken tussen muren van sneeuw door. Dat was nu niet meer het geval, maar er lag langs de weg nog wel veel sneeuw. Een prachtig gezicht. Om op zo’n hoogte te komen moet je eerst wel  een paar haarspeldbochten trotseren. Ook naar beneden moet je weer een  aantal van dit soort bochten trotseren. Het laatste stuk schijnt het steilste stuk in Noorwegen te zijn. Ik merkte toch dat ik dit soort dingen niet echt gewend ben; in een laag tempo de berg op omdat ik niet meteen de goede versnelling had, en naar beneden in een te hoge versnelling, dus je krijgt een behoorlijke snelheid. Het zal ooit wel wennen. Aan het eind van de bergtocht ben ik even gestopt bij een garage om te vragen of het normaal was dat de motor van de auto toch iet wat begon te stinken. Ik werd gerustgesteld; er was niets met de auto, hij had alleen een topprestatie geleverd. Ik moest wat meer op de versnelling remmen, maar verder ging het prima.

Tijdens de tocht zijn we meerdere malen gestopt om te genieten van het mooie uitzicht. In het Jotunheimen Nasjonalpark liggen 27 van de hoogste bergtoppen van Noorwegen. Je rijdt o.a. langs Galdhøpiggen, met 2469 m de  hoogste berg van Noorwegen.

We reden met een zwaarbewolkte lucht de Sognefjellsveien op, maar hoe verder we kwamen hoe mooier weer het werd. Aan het eind van de route was het zelfs 25 graden! Toen zaten we ook wel aan het begin van de Sognefjord. Als je uit de bergen komt en weer afdaalt heb je een prachtig uitzicht op het dal. Ik heb geprobeerd vaak te stoppen, maar helaas was dit (zeker op weg naar boven en naar beneden) niet vaak mogelijk. In de bergen zelf was er genoeg ruimte om even te stoppen en foto’s te nemen. Nu maar hopen dat ze gelukt zijn.

Vlak voor we de bergen ingingen zijn we gestopt bij een soort hotel. We wilden even iets warms eten. We bestelden soep en gingen ergens zitten. Even later kwam er een jongen aan die ons vertelde dat de soep geserveerd werd in de eetzaal. En inderdaad: in de eetzaal stond heel netjes voor 2 personen de tafel gedekt. Kan water erbij en wat brood. Echt fantastisch! En de soep smaakte erg lekker!

Na de bergroute reden we langs de Lystrafjorden (een zijarm van de Sognefjord) tot aan Gaupne. In Gaupne zijn we afgeslagen richting de Nigardsbreen. Deze gletsjer is een zijarm van de grote gletsjer de Jostedalsbreen. De Nigardsbreen loopt door tot een meertje waar je helemaal met de auto kunt komen. In de zomer kun je met een bootje naar de gletsjer varen. Wij hebben dat niet gedaan, maar het is al indrukwekkend genoeg om zo’n gletsjerarm in de verte te zien. Het ijs/de sneeuw van zo’n gletsjer is heel lichtblauw. Dichterbij zie je ook dat er allerlei stenen met deze ijsmassa meekomen. Af en toe breekt er een stuk van het ijs af. Bij de Nigardsbreen gebeurt dat niet heel vaak, maar gisteren zijn we bij de Supphellebreen geweest. Deze gletsjer ligt vrij hoog en op een gegeven moment brak er een stuk ijs af. Met donderend geweld rolde dat stuk naar beneden. Wat een lawaai geeft dat! Ik vind zo’n gletsjer heel indrukwekkend om te zien. Je voelt je als mens dan toch erg nietig bij al dat natuurgeweld! Wij mensen denken wel dat we alles kunnen beheersen, inclusief de natuur, maar als je dit ziet besef je gewoon dat de natuur ons altijd de baas zal zijn.

Bij de gletsjer staat een gletsjermuseum. We zijn er niet in geweest, maar ik kan me voorstellen dat dit een heel interessant museum is. Ook bij de Brøyabreen, een andere arm van de Jostedalsbreen, staat een gletsjermuseum. Daar zijn we gisteren even geweest. Niet om het museum te bekijken, maar ik heb gevraagd of ze wat lesmateriaal voor me hadden. En ja, hoor, natuurlijk hadden ze dat. Ze vonden het heel leuk dat ik dit voor de kinderen in Nederland mee wilde nemen. En betalen? Nee, ben je gek, ik kon zo alles meenemen. Heel fijn.

Na het bezoek aan de gletsjer (en een kop koffie) zijn we eerst 35 km teruggereden naar Gaupne. Vanaf daar zijn we weer rijksweg 55 opgegaan richting Sogndal, een vrij grote en bekende plaats aan de Sognefjord. Vanaf daar verder op de rijksweg 55 naar Slinde waar we op dit moment zitten.

Gisteravond zijn we nog een stukje gaan wandelen na het eten. Langs de fjord aan de ene kant, fruitbomen aan de andere kant. En volop zon. Prachtig. Het klimaat is hier heel gunstig en daardoor kunnen ze hier volop fruit telen. In Hermannsverk (ongeveer 6 km hier vandaan) staat een fabriek van Lerum die de bekende “syltetøy”, jam, maken. Ik vind de jam hier in Noorwegen ontzettend lekker; niet heel zoet en met stukjes fruit erin. Zalig! De potten jam zijn hier ook heel groot, soms verkopen ze zelfs kleine emmertjes jam!

Tijdens het wandelen gisteren vond ik langs de weg kleine wilde aardbeien. Dit zijn heel kleine aardbeitjes die in het wild groeien. Echt prachtig en zalig! Ik heb een aantal geplukt en vanochtend aan Bjørg, de vrouw die de appartementen verhuurt, gevraagd of ze inderdaad gegeten kunnen worden. Ik wilde toch eerst helemaal zeker zijn dat het wel kon!

Vandaag hebben we een rondje vanaf hier gereden. Want vannacht slapen we ook weer hier. We zijn vanochtend eerst (via de R55) teruggereden naar Sogndal. Dit is een vrij drukke plaats, de plaats waar de hele omgeving zijn boodschappen komt doen. Ook is het een vrij toeristische plaats; er is een openluchtmuseum en vanaf Solvorn (ongeveer 12 km van Sogndal) kun je met een veerboot in ongeveer 10 minuten naar de andere kant van de fjord om de stavkirke van Urnes te bekijken. Sogndal ligt op een kruispunt van verschillende (toeristische) wegen: naar Kaupanger (waar veerboten over de fjord vandaan gaan), richting Hermansverk (route langs de fjord), richting Lom (de Sognefjellsweg) en de weg naar Fjærland (via weg nr. 5). Die laatste weg is pas in de jaren 80 aangelegd. Het plaatsje Fjærland was daarvoor alleen maar bereikbaar per boot. De  bewoners hebben zelf deze weg gefinancierd. De weg bestaat uit meerdere tunnels waarvan de Frudalstunnel (6746 m lang) en de Fjærlandstunnel (6385 m lang) de langsten zijn. Als je de Frudalstunnel gehad heb krijg je echter wel een grote verrassing: je moet nl. tol betalen, en die is niet mals: 150 NOK (ongeveer 20 euro). Je bedenkt je dus wel 10  x voordat je dezelfde weg terugneemt! Het dorpje Fjærland ligt aan de voet van twee gletsjerarmen: Supphellebreen en Brøyabreen. Het speciale aan het dorpje is is dat het zichzelf “bokby”, boekenstad, noemt. In dit plaatsje zijn veel (tweedehands) boekwinkels. Wij zijn er niet heen geweest, aangezien we al vrij laat  waren, en we de gletsjers net een beetje interessanter vonden. Aan de voet van de Brøyabreen hebben we lekker zitten picknicken. Bij de Supphellebreen wilden we dit ook doen, maar het gebied erom heen is vrij moerassig, dus er waren tig muggen. Ja, dat eet dan toch niet zo prettig. Verder hebben we in Noorwegen weinig last gehad van muggen.

Maar goed, we zijn dus vandaag eerst naar Sogndal gereden en toen richting Fjærland. Een mooi landschap met hoge bergen en diepe dalen. Veel mooie boerderijen en overal waar je stopt hoor je wel een beekje stromen. Weer vaak gestopt dus voor het maken van foto’s. Het gevolg was dus dat we pas om 16.00 uur in Skei aankwamen. Een plaatsje dat vrij centraal ligt op twee toeristische routes. En dat is te merken: veel toeristen en een aantal grote souvenirwinkels. Natuurlijk hebben wij ook even de toerist gespeeld en hebben wat inkopen gedaan. Taxfree uiteraard. Op de boot terug krijgen we nog weer geld terug.

Vanaf Skei zijn we via weg nr. 1 langs het Jølstravatnet gereden, richting Førde. We zijn niet helemaal tot Førde gereden want bij Moskog, ongeveer op 10 km van Førde zijn we afgeslagen naar rijksweg 13. Jon en Bjørg hadden ons deze route aangeraden. Deze weg gaat over de bergen en eindigt met een aantal haarspeldbochten bergafwaarts. Inderdaad een prachtige route zonder veel toeristen of andere auto’s. We hadden echt het idee in de middle of nowhere terecht te zijn gekomen! Het weer was prachtig dus zoals je wel begrijpt hebben we weer genoten. Echt een aanrader deze route!

Bij Dragsvik hebben we de veerboot naar Hella genomen en zijn we langs de Sognefjord teruggereden naar Slinde. In Hermansverk hebben we nog even wat gegeten in een KRO, hoefden we zelf niet meer om 9 uur te gaan koken.

En nu zitten we dus lekker te genieten van het mooie weer, het mooie licht en het landschap langs de langste en diepste fjord van Noorwegen. Het wordt moeilijk hier morgen afscheid van te nemen.

Nieuwsbrief 1 (27-05-2003)

Nieuwsbrief 2 (28-05-2003)

Nieuwsbrief 3 (30-05-2003)

Nieuwsbrief 4 (01-06-2003)

Nieuwsbrief 5 (02-06-2003)

Nieuwsbrief 6 (15-06-2003)

Nieuwsbrief 7 (17-06-2003)

Nieuwsbrief 8 (18-06-2003)

Nieuwsbrief 9 (22-06-2003)

Nieuwsbrief 10 (24-06-2003)

Nieuwsbrief 11 (27-06-2003)

Nieuwsbrief 12 (03-07-2003)

Nieuwsbrief 13 (07-07-2003)