Bø i Vesterålen, 18 juni 2003

Op dit moment zit ik op het balkon in de zon. Het is vandaag echt zalig weer. Het waait een beetje, er is geen wolkje aan de lucht en de temperatuur hier op het balkon is ongeveer 25 graden. Niet slecht! Nu maar hopen dat het een aantal dagen zulk weer blijft. Vandaag zeiden ze op school: “Op woensdag kwam de zomer ….” Met andere woorden: we hebben 1 dag zomer gehad.

Het is wel grappig om te merken dat de Noren het de afgelopen dagen koud vonden. Velen liepen met lang ondergoed aan en meerdere truien. En dat terwijl ik het dus helemaal niet echt koud vond. OK, het was niet warm, maar ik had ook niet meerdere truien nodig om het warm te krijgen. 1 trui met T-shirt was genoeg.

Vandaag zijn we met de 5e, 6e en 7e klas weer op een soort schoolreisje geweest. Naar het strand op zo’n 3,5 km van de school. Aangezien we daar op de fiets heenzonden ben ik dus vanmorgen, zoals ik jullie in de vorige nieuwsbrief vertelde, met de fiets naar school gegaan. Met natuurlijk de fietshelm op. Een zeer nuttig ding, maar erg slecht voor je kapsel! Ik ben in ongeveer 30 minuten naar school gefietst, ongeveer 10 kilometer. Niet slecht vond ik zelf. Na een theoretische inleiding over algen/zeewier, schelpen en allerlei dieren in de zee zijn we richting strand vertrokken. De inleiding was ook erg nuttig voor mij. Er zijn hier toch veel andere schelpen en dieren dan wij hier hebben. Tevens weet ik niet eens alle Nederlandse namen. Voor mij is zeewier  zeewier en dat er ook nog verschillende types zijn, daar had ik eigenlijk geen idee van (waarschijnlijk tot op heden ook geen interesse voor). Leuk om op deze manier de Noorse namen te weten te komen.

De kinderen waren in verschillende groepjes ingedeeld die allemaal opdrachten moesten uitvoeren. Het was dus niet zomaar een reisje, nee, er moest ook wat geleerd worden. De kinderen gingen weer net zo enthousiast aan de slag als de vorige keer. Ongelooflijk. Na twee opdrachten uitgevoerd te hebben zijn we gaan eten: worstjes (pølse) grillen op een kampvuur. Ook hebben we “fiskekaker” gegrild. Dit zijn als het ware koekjes van vis. Ze lijken een beetje op “fiskeboller” qua smaak. Veel van mijn cursisten gruwelen nu even (of niet soms?), maar ik vind ze zalig! De fiskekaker kan ik helaas niet mee naar Nederland nemen, die moeten in de koelkast bewaard worden, maar de fiskeboller gaan absoluut mee!  

Na de lunchpauze hebben we nog geprobeerd de kinderen aan het werk te zetten, maar dat lukte maar mondjesmaat. Ze hadden veel meer zin om te gaan zwemmen. Uiteindelijk hebben we daar maar toestemming voor gegeven. Ook al was het hartstikke koud ze hebben zich uitstekend vermaakt! Wij leerkrachten hebben voornamelijk aan de kant gezeten (ook tijdens het uitvoeren van de opdrachten) en koffie gedronken. Met een goede organisatie kun je dat dus doen.  

Wat me tijdens deze tocht ook opviel is dat de kinderen zo begaan zijn met je. Er was namelijk wat water op mijn camera gekomen en de lichtmeter deed het nu niet meer, dus ik kon even geen foto’s nemen. Na een tijdje deed ie het gelukkig wel weer, maar dat wisten de kinderen niet. Voordat we naar huis gingen kwamen meerdere kinderen naar me toe en vroegen bezorgd of de camera nu kapot was. Heel lief.  

Ik heb al een keer verteld dat ik vind dat het lijkt alsof er hier meer discipline is dan in Nederland. Ik vind ook dat er veel meer vertrouwen is in de kinderen. Zoals vandaag ook: de kinderen mogen zelfstandig naar dat strand fietsen. De leerkrachten volgen. Er is dus eigenlijk nauwelijks toezicht. Van te voren krijgen de kinderen duidelijk te horen wat wel en niet mag, maar daarna krijgen ze een stuk eigen verantwoordelijkheid. Men heeft veel vertrouwen in deze kinderen. Prachtig. Ik denk daarom ook dat het feit dat er misschien wat meer discipline is (en het strenger is), naar daarnaast ook veel vertrouwen in de kinderen, dat het niet autoritair streng is. Het geeft niet het gevoel dat de leerkracht macht over de kinderen heeft. Heel bijzonder.  

De afgelopen dagen ben ik dus ook op school geweest. Maandag kwam er iemand van de ambulance op school die ze verteld heeft over reanimatie een eerste hulp. Ze hebben op een pop mogen oefenen. Wat ik niet verwacht had was dat de meeste kinderen heel verlegen waren, en eigenlijk niet naar voren durfden komen op te oefenen, bang om het middelpunt van de belangstelling te staan. Ik heb dat nog nooit zo meegemaakt op Nederlandse scholen. Ook tijdens mijn les over Nederland bleek dat de meeste kinderen een stuk gene hadden om dingen hardop voor te lezen of te vertellen. Het antwoord is dan al snel: ik weet het niet.  

Na “livredning” (eerste hulp) werden de kinderen aan het rekenen gezet, maar op de een of andere manier lukte dat niet. Het werd een beetje chaos, omdat er ook gesproken werd over het inleveren van boeken. De kinderen krijgen namelijk alle boeken mee naar huis, en moeten ze kaften. Omdat ze elke dag huiswerk hebben, nemen ze de boeken mee naar huis. Ze nemen alleen die boeken mee naar school die ze die dag nodig hebben. Een beetje zoals bij ons op de middelbare school. De kinderen hebben hier al vanaf de 2e klas huiswerk. Op vrijdag neemt de leerkracht het werk in en kijkt het werk van de afgelopen week in het weekend na. Door de week hebben ze dus geen nakijkwerk, alleen in het weekend. De kinderen krijgen voor elke week een “timeplan”, een rooster, waarin precies staat wat ze die dag voor huiswerk moeten doen en wat er op school behandeld zal worden.

Maandag begonnen ze al met het inleveren van de boeken, dus het werd een beetje een zooitje, en echt gewerkt werd er niet meer.  

Dinsdag, gisteren dus, heb ik een les over Nederland gegeven. Een Nederlandse dag werd hem helaas niet meer, omdat elke dag wel een klas op reis was en er eigenlijk ook geen tijd voor was (komt dit jullie bekend voor, klasgenoten?). Toch wilde ik iets met Nederland doen, dus dat heb ik gisteren gedaan. Ik had een aantal dingen uit Nederland meegenomen, zoals klompen, hagelslag, een boekje over molens, wat kaarten met o.a. Delfts blauw daarop. Verder heb ik nog Sinterklaas en Zwarte Piet in elkaar geknutseld. Bij alle voorwerpen heb ik een stukje in het Noors geschreven. De kinderen mochten een voorwerp pakken en het verhaaltje erbij voorlezen. Ze vonden het heel leuk. Het viel me op dat de meesten in deze klas nog steeds erg slecht lezen. Het gaat nog absoluut niet vloeiend. En dat terwijl ze al wel in klas 5 (groep 7) zitten. Wat dat betreft lopen ze dus achter op Nederlandse kinderen. Ook met rekenen zie ik nog geregeld in deze klas dat er op de vingers opgeteld en afgetrokken wordt. Het optellen en aftrekken onder de 10 is bij de meesten nog niet geautomatiseerd. Nou, in Nederland wordt dat eind groep 3 toch echt wel verwacht.

De les ging goed en had een onverwacht gevolg. In deze klas zit Bjørnar, een jongen waar ik absoluut geen contact mee kreeg. Hij zondert zich af, antwoordt niet als je hem wat vraagt, en vertoont wat ander gedrag dan de andere kinderen. Ik heb deze stage ook niet geprobeerd contact met hem te krijgen. Tijdens de les over Nederland moest ik hem een aantal keer vragen te gaan zitten. Uiteindelijk nam hij plaats in de buurt van de hagelslag. Hij zat de hele tijd daarmee te spelen en het kaartje erbij te lezen. Op een gegeven moment zei ik dan ook: “Ik geloof dat Bjørnar heel veel zin heeft om iets te vertellen over datgene dat bij hem ligt”. Zijn ogen begonnen te stralen en vol trots las hij het stukje voor. Vanaf dat moment was het goed. Hij heeft de hele tijd geluisterd. Het derde uur hadden ze Engels. Aangezien het de laatste les was werd er niet veel gedaan en Bjørnar zat zich duidelijk te vervelen. Hij werd door de leerkracht naast mij, achter in de klas, neergezet, om hem maar wat stil te krijgen. We zaten vlak bij de vakjes waar de kinderen hun spullen hebben liggen. Vol trots liet hij mij iets zien dat in een multo-map zat. Iets over rockzangers. Fantastisch!

Het contact is gebleven, want vandaag op de schoolreis mocht ik zelfs een foto van hem nemen. Hij deed er zelfs zijn muts af. Toen ik hem vroeg of ik de foto op zou sturen zei hij dat hij het leuk vond als ik de foto zou houden. Pareltjes zijn dit soort ervaringen!

De hagelslag sloeg erg aan. Ze wilden het graag proeven, maar helaas hadden we er gisteren geen tijd meer voor. Ik heb ze nu beloofd dat we morgen (donderdag), op de laatste schooldag, het zullen gaan proeven. Ze vinden het erg spannend en herinnerden mij er vandaag wel een aantal keer aan dat ik het morgen niet moest vergeten.

Na de les over Nederland ben ik met Joane meegegaan. Zij is Canadese en geeft op school Engels. Ze had de 6e klas (4 leerlingen) uitgenodigd om bij haar Chili con Carne te eten. En dit samen te koken. Eerst naar de winkel en toen naar haar huis gereden in Straumsjøen. Alle kinderen hielpen mee om dingen te snijden, blikjes te openen etc. Het eten was vrij scherp, maar er is geen 1 kind geweest dat niet gegeten heeft. Geen gezeur. Ik vond de kinderen heel beleefd. Na het eten hebben we nog een video gekeken. Hij was nog niet helemaal klaar, maar we moesten terug naar school. De kinderen stonden meteen op, geen gezeur dat ze de film nog verder wilden zien, en ze bedankten Joane allemaal voor het eten. Heel goed. Het is hier sowieso zo dat men elkaar veel meer bedankt dan in Nederland. Bijvoorbeeld na het feest op vrijdag, zei de Maandag daarop iedereen tegen elkaar “takk for sist”, bedankt voor laatst. Of “bedankt voor gisteren”. Na het eten bedank je ook altijd de kok voor het eten. Ik moet je zeggen dat ik dit bedanken nog wel eens vergeet. Niet omdat ik onbeleefd ben, maar puur omdat ik het minder gewend ben.

Wat ik ook nog wel eens wil vergeten is om bij binnenkomst mijn schoenen uit te trekken. Hier trekt iedereen als hij een huis binnenkomt zijn schoenen uit. Zodat je geen rotzooi het huis mee inneemt. Thuis doe ik het ook, maar niet als ik bij anderen op bezoek ga. Hier doe je dat overal. Zelfs op school trekken de meesten hun schoenen uit. En hebben ze slippers aan in de klas.

Zo, nu begin ik aan het tweede deel. Het vorige deel heb ik voor het eten geschreven, en voor de “tur”. Als ik alles bij elkaar optel wat ik vandaag aan beweging heb gehad, dan kan ik wel zeggen dat het vandaag een “bewogen” dag was. Zo’n 4 uur in beweging geweest: eerst een half uur naar school gefietst, toen naar Søberg (ongeveer 20 minuten fietsen), toen weer terug naar school, toen weer een half uur naar huis gefietst, de fiets afgeleverd en naar huis teruggelopen (15 minuten) en vanavond zo’n twee uur gewandeld. Ja, ja, het wordt nog wel eens wat! Vrijdag hopen we naar “Vetten” te lopen, een berg hier in de buurt. Vandaag hebben we een stuk van deze tocht gedaan, maar ik kreeg blaren (herinner je nog, Annemieke?) en we zijn weer teruggegaan na een uur lopen. De volgende keer gaan we er helemaal voor. Het stuk wat we nu gelopen hebben, is steiler dan de tocht die we bijna elke dag liepen. Toen we halverwege waren zeiden Rønnaug en Ellen Marie dat we het ergste en steilste stuk gehad hadden. Nou, geloof nooit Noren die zoiets zeggen! Want het is niet waar! Continue naar boven lopen, vreselijk zwaar! Maar goed, ik heb het gered en was natuurlijk weer erg trots op mezelf.

Toen we trouwens halverwege dat steile stuk waren, hadden we het zo warm dat we de trui die we om ons middel geslagen hadden, aan een boom gehangen hebben. Die konden we op de terugweg weer meenemen. En inderdaad, op de terugweg hingen ze nog gewoon in de boom!!

Oh, ja, ik moet jullie ook nog vertellen over het etentje bij de rector en zijn vrouw. Ik was uitgenodigd om op zondag bij hun te komen eten. Om 15.00 uur. Dat is meestal de tijd waarop de Noren “middag”, het warme eten, eten. Ze eten zo’n 4 keer op een dag. Ontbijt, lunch (vrij vroeg, rond 11.30), “middag” rond 15.30/16.00 uur en dan ook nog “kveldsmat” zo rond een uur of half 8. “Kveldsmat” is letterlijk vertaald avondeten. De Noren eten dan vaak nog een boterham.

Maar goed ik was dus bij ze uitgenodigd. Ze hadden zalig zalm gekookt, met komkommersalade en aardappels. Zo’n beetje een traditionele maaltijd. Als dessert hadden ze “moltekrem”, zeg maar een soort slagroom met “molte”. Molte zijn gele frambozen zeg maar, die je hier in Noorwegen kunt plukken. Als het seizoen slecht is, zijn ze erg kostbaar.

Het was erg gezellig. We hebben veel over Nederland gepraat, en het Nederlands. Ze waren erg geïnteresseerd. Ook hebben we het over de stage gehad en het onderwijs. Kjell Paulsen (de rector) vond dat dit niet de beste tijd was om te komen. Weinig structuur. De beste periode zou februari zijn. Ik zei dat ik dan graag nog een keer kwam als dat mogelijk was. Maar ik moet dan wel geld hebben om met het vliegtuig te gaan, want in die periode is het moeilijk om met de auto te komen; donker en sneeuw.

Toen ik vandaag tijdens een vergadering iedereen bedankte dat ik bij hen had mogen meekijken, zei Kjell dat ik in februari weer kwam. Ik zei: “Ja, als ik geld heb”. Toen zei Mariann (een collega): “Anders zamelen we wel geld voor je in”. Nou, wie weet!

Kjell heeft me uitgenodigd om aanstaande zaterdag met hun mee op de boot te gaan zodat ze me Bø van een andere kant kunnen laten zien. Het lijkt me erg leuk, maar ik heb gezegd dat ik een slag om de arm moet houden omdat ik niet weet of de walvissafari nog doorgaat. We zien wel.

Ik had jullie verteld dat ik vorige week dinsdag de hele dag bezig geweest was om een Noorse rekenmethode te bekijken, en een aantal dingen daarvan te copieren.

Toen ik bezig was met het copieren van opgaven en materiaal ontdekte ik ineens dat ik nu van alles twee exemplaren had, alleen was de ene versie in het Bokmål en de andere Nynorsk. Noorwegen heeft twee officiële schrijftalen: het Bokmål en het Nynorsk. Tot 1814 was het Deens de officiële schrijftaal. Toen Noorwegen een unie met Zweden aanging kwam er in Noorwegen een beweging op gang om een eigen Noorse taal te creëren. Ivar Aasen is hiervoor door Noorwegen gereisd (voornamelijk West-Noorwegen) en heeft uit alle dialecten woorden e.d. overgenomen. Dit is het Nynorsk geworden. Aan de andere kant waren er mensen die vonden dat het Deens “vernoorst” moest worden. Dit werd het Bokmål. De laatste schrijftaal wordt door ongeveer 85% van de Noren gebruikt, en lijkt erg op het Deens. Het Nynorsk wordt minder gebruikt. In Noorwegen is men verplicht om bijvoorbeeld een boete, een examen, schoolboeken in beide schrijftalen aan te bieden. Zodoende dat er in deze methode zowel in het Nynorsk als in het Bokmål copieerbladen waren. Nu zul je zeggen: dat maakt toch niet veel verschil want het zijn cijfers? Klopt, maar de titel van het copieerblad is wel verschillend!

Het is trouwens zo dat niemand puur Bokmål of Nynorsk spreekt. Het zijn echt twee schrijftalen en verder spreekt iedereen zijn eigen dialect. Prachtig. Kun je je voorstellen in Nederland? Een Groninger die Gronings spreekt tegen een Zuid-Limburger? En dat ze elkaar ook nog verstaan? Hier verstaan ze elkaar voor het grootste gedeelte. Wel zijn er dialecten die men moeilijker vindt om te verstaan, maar over het algemeen kan men elkaar goed verstaan. Op televisie en radio hoor je verschillende dialecten en ik denk dat de mensen er gewoon aan gewend zijn om verschillende dialecten te horen. Je oren gaan er als het ware naar staan! Ik heb niet het idee dat men hier vindt dat als je dialect spreekt dat je dan minderwaardig bent. Alle dialecten zijn gelijkwaardig.

20 juni 2003

Het is inmiddels twee dagen later. Het was eergisteren inmiddels zo laat geworden dat het me niet lukte om de brief af te schrijven. Dan vandaag maar, en dan kan ik meteen een stukje toevoegen over gisteren.

Het was gisteren trouwens fantastisch weer! Zon, zon en nog eens zon! En zo’n 25 graden. Eigenlijk te warm. Op het balkon hier kon je niet wezen omdat je dan zo’n beetje levend verbrandde. Het ziet er naar uit dat het vandaag ook erg mooi weer wordt. De zon schijnt al vrolijk mijn slaapkamer in. Ik had gehoopt uit te slapen, maar het licht is zo fel, daar kan geen gordijn tegen op. Dan maar opstaan en lekker even deze brief afschrijven.

Gisteren was het de laatste schooldag (vandaag, vrijdag, zijn de kinderen vrij). Een dag waarop er niet veel meer wordt gedaan, maar een dag die in het teken staat van “brus, potetgull og godteri” oftewel: frisdrank, chips en snoep. Ze mochten dat vandaag mee naar school nemen. Pas als de leerkracht het zei mochten ze het opeten. Ik heb de eerste twee uur Nederlandse les gegeven. De meeste kinderen vonden het prachtig! Wel vonden ze het heel moeilijk, zeker de “g”. Ze vroegen of ik geen last van mijn keel had door dat geluid!

Na afloop kwam het knäckebröd met hagelslag. Ze vonden het zalig, al vonden ze wel dat je er erg mee knoeide.

Verder zijn we de rest van de dag buiten geweest en hebben wat spelletjes gedaan: blikspuit, tikkertje, slagbal etc.

Aan het eind van de dag kregen de kinderen hun “vurdering”, rapport. Ze krijgen hier 2 keer in het jaar een rapport, met Kerst en voor de zomervakantie. Ook zijn er twee keer in het jaar oudergesprekken; in de herfst en in het voorjaar. Het rapport is niet een rapport met cijfers, dit krijgen ze pas op het voortgezet onderwijs. Hier op het rapport staat kort beschreven hoe de inzet voor elk vak is, of ze er goed in zijn en hoe ze zich in de klas opstellen (samenwerking, interesse, gedrag). Ook staat er of ze nog aan bepaalde dingen moeten werken. Een mooi systeem; geen concurrentiestrijd wie de hoogste cijfers heeft.

Kari deelde aan het eind van de dag deze rapporten uit en bedankte iedereen  voor dit jaar. Van de kinderen heeft ze een mooie plant gekregen. De meeste kinderen gaven haar een “klem”, omhelzing, toen ze het rapport kregen.

Toen de kinderen weggingen waren er zelfs een aantal die mij een klem gaven. Op de gang kwam ik Bjørnar nog tegen. Ik zei hem gedag en wenste hem een goede zomer. Uit zichzelf kwam hij naar me toe en gaf me een klem! Hij vroeg of ik echt niet terugkwam na de zomer en of ik niet een kaartje kon sturen ofzo. Ik heb hem dat natuurlijk meteen beloofd!

Het is trouwens een raar idee dat dit al weer mijn laatste dag was. Het is veel te snel gegaan. Het betekent ook dat ik volgende week weer in de auto zit richting het zuiden. Dat ik over ongeveer een week Henk ga ophalen van het vliegveld in Trondheim en hem daarna in een week dit prachtige land mag laten zien. En dat ik over twee weken weer in Nederland ben. Aaach, dat laatste is een angstaanwekkend idee. Ik heb er absoluut geen zin in (sorry folks!). Ik zie voornamelijk op tegen de drukte in Nederland en alle verhalen over “niet normen en waarden” en hoe mensen zich in Nederland opstellen. Volgens mij zitten we in Nederland zo dicht op elkaar dat je daardoor al die conflicten krijgt. Daarnaast hebben we bijna geen mogelijkheid om even tot onszelf te komen, omdat je overal waar je naar toe gaat mensen tegen blijft  komen. Hier kun je een wandeling gaan maken zonder ook maar iemand tegen te komen. Fantastisch. Ik kan me niet indenken dat die rust en vrijheid me ooit zou gaan vervelen.

Verder gisteren nog een etentje gehad met Ellen Marie, Rønnaug en Trine Lise. Trine Lise werkt op bij de gemeente op de afdeling onderwijs. Zij was degene die mij terugmailde nadat ik gevraagd had om adressen van scholen in Bø. Zij blijkt ook een vriendin van Ellen Marie te zijn. Het was erg gezellig. En het eten was zalig: vissoep, en als toetje rabarbertaart. Met rabarber uit eigen moestuin.

Ellen Marie deelt met iemand een moestuin. De laatste dagen heeft  ze er hard in gewerkt om al het onkruid weg te krijgen. Het seizoen voor de moestuin begint hier wel veel later dan in Nederland. Er is nog niet veel opgekomen, dat duurt nog wel even. Evenals de aardbeien; ik denk dat er in Nederland al groene of misschien wel rode aardbeien aan de planten zitten. Hier zijn het alleen nog maar bloemetjes. Ook op sla, wortels hoef je nog niet te rekenen: ze zijn nog nauwelijks zichtbaar boven de grond! Ondanks dat het seizoen later begint halen ze dat later in, omdat het hier zo licht is. Het kan dan veel sneller groeien dan in Nederland.

De aardbeien die hier nu langs de weg (niet op de Lofoten of de Vesterålen, maar in Zuid-Noorwegen) verkocht worden zijn Belgische en Nederlandse aardbeien. Ja, die koop ik natuurlijk niet. De Noorse aardbeien zijn veel smakelijker. De Nederlandse aardbeien zijn erg waterig en hebben nauwelijks smaak. Dat geldt ook voor de komkommers en tomaten.

Nu ik het toch over komkommers heb, dat doet me ineens aan iets anders denken. Hier in de supermarkt ligt bij de groenteafdeling een mesje bij een aantal groentes. Zo kun je bijvoorbeeld een stukje komkommer kopen in plaats van een hele. Het gaat ook niet per stuk, maar per gram. Ook kun je een kwart kool kopen. De groenten die hier heel goedkoop zijn zijn wortels. Die worden per zak verkocht.

Nou, ik ga er een eind aan breien. Zometeen ga ik naar de lokale radio omroep hier in Bø. Ik wil wel eens zien hoe ze hier werken (voor de mensen die het niet weten: ik maak wel eens rapportages voor de lokale omroep Hoogezand-Sappermeer). Rønnaug kent degene die daar werkt en heeft hem over mij verteld. Gisteren belde hij en nodigde mij uit langs te komen voor een interview. Lijkt me hartstikke leuk. Ik moet niet vergeten te vragen of ze het voor me willen opnemen op een bandje.

Nou, over dit grote avontuur vertel ik jullie in een volgende nieuwsbrief.

Ha det bra! (doei)

   

Nieuwsbrief 1 (27-05-2003)

Nieuwsbrief 2 (28-05-2003)

Nieuwsbrief 3 (30-05-2003)

Nieuwsbrief 4 (01-06-2003)

Nieuwsbrief 5 (02-06-2003)

Nieuwsbrief 6 (15-06-2003)

Nieuwsbrief 7 (17-06-2003)

Nieuwsbrief 8 (18-06-2003)

Nieuwsbrief 9 (22-06-2003)

Nieuwsbrief 10 (24-06-2003)

Nieuwsbrief 11 (27-06-2003)

Nieuwsbrief 12 (03-07-2003)

Nieuwsbrief 13 (07-07-2003)