Vikersund, juli 2013

Elke keer als ik het woord Noorwegen laat vallen, is de eerste reactie meteen: oh, koud! Nou, nu niet! Als ik uit Vikersund vertrek is het 23 ͦ en stralende zon. Het doel van de reis is Gudvangen alwaar ik een Vikingmarkt ga bezoeken. Maar vandaag reis ik naar Flåm, een klein plaatsje aan de Aurlandsfjord. Flåm ligt ongeveer 20 km van Gudvangen. Flåm heeft in de winter ca. 500 inwoners, in de zomer het tienvoudige. Flåm is een toeristisch knooppunt. Hier kun je per boot de Aurlandsfjord en Nærøyfjord bewonderen en/of de Flåmsbanen nemen. Deze treinreis is 20 km lang en heeft een stijgingsprocent van 1:18! 

Via rijksweg 284 en 7 rijd ik naar Gol. De spoorlijn van Oslo naar Bergen gedeeltelijk volgend. Het landschap is eerst wat glooiend met veel grasland en korenvelden (ook erg mooi, en zeker als de zon schijnt), maar hoe meer ik Gol nader, hoe hoger de bergen worden. Onderweg neem ik nog wat caches mee, zoals die bij een eeuwenoude eikeboom en het station van Nesbyen. Terwijl ik bij een bushalte sta om mijn GPS weer op orde te brengen, stopt er een auto even voor me en er stapt een dame uit die naar mij toe holt. Eh, is er iets met de auto? Nee, als ze dichterbij komt zie ik dat het Ann is, een vriendin (en haar man) uit Sunnfjord. Zij zijn onderweg van Oslo naar huis (westen van Noorwegen). En toevallig komen we elkaar dan onderweg tegen! Even verderop in een wegrestaurant drinken we een kop koffie, kletsen bij en gaan daarna we ieder ons weegs.
Het plaatsje Gol laat ik links (nee, rechts liggen) en neem de rijksweg 52 richting Hemsedal. Hemsedal is een wintersportplaats maar waar in de zomer ook veel toeristen naar toekomen. Je kunt hier bijvoorbeeld mooie wandeltochten maken. Maar ik rijd door. Stop wel even bij de Rjukandefossen, een waterval even buiten Hemsedal. Het staat goed aangegeven en zijn zat parkeerplaatsen. Na 5 minuten lopen (duidelijk pad en niet erg moeilijk), kom je uit bij een dubbele 18 meter hoge waterval (foto 1). Een prachtig gezicht en absoluut waard om even te stoppen. Ook hier ligt een geocache. Deze brengt me naar de andere kant van de rivier over een wiebelige brug, en ik zie uiteindelijk de waterval vanuit een andere hoek.

foto 1:

Rjukande fossen

Vanaf Hemsedal rijd je over de hoogvlakte. Boven de boomgrens, dus weinig begroeiing. Wel af en toe een loslopend schaap dat plotseling de weg over kan steken! De weg is recht en breed, en veel Noren rijden hier harder dan de maximale snelheid van 80 km/u. Niet doen! Zonde om met zo’n snelheid door dit mooie landschap te rijden! Zelfs midden op de hoogvlakte moest ik op cachejacht, want ook hier ligt er een. Bij Breistølen Fjellstove, een hotel dat tijdens de zomer en Pasen open is. Een mooie plek om even te stoppen (foto 2).

foto 2:

Over de hoogvlakte (in stralende zon!)

Als je de daling inzet, verandert ineens het landschap. Van wat lagere bergen, kom je ineens in het fjordenlandschap terecht met zijn hoge, bergwanden. Ook veranderen de wegen wat. Kenmerkend voor West-Noorwegen zijn de vele en lange tunnels. Daar waar geen tunnels zijn, zijn de wegen smal en bochtig. Hoezo je mag hier 80 km per uur. Als je geluk hebt (en je wilt niet van die mooie strepen op je auto...) haal je 50 km per uur. Je doet hier veel langer over 100 km dan in Nederland en daar moet je met je reisplanning echt rekening houden. Een voordeel is wel dat je veel minder benzine verbruikt en je daardoor dus minder geld kwijt bent aan benzine. En dat is in een duur land als Noorwegen weer een meevaller.

Vlak bij Borgund kies ik voor de oude (historische) weg die me langs de staafkerk van Borgund leidt. Een houten kerk uit ca. 1150. Een toeristische trekpleister met een bezoekerscentrum. Je kunt de kerk ook in, maar ik houd het bij het fotograferen aan de buitenkant (en het zoeken van een cache!) (foto 3).

 

foto 3:

Stavkirke van Borgund

De auto weer in en op weg, via de historische route richting Lærdal. Langs de historische weg stop ik nog een keer voor een cache, die zogenaamd dicht langs de weg ligt, maar dat valt tegen. Dit is een cache die langs een zeer oude weg ligt naar Borgund. Als ik uit de auto stap zie ik tot mijn verbazing een steen met daarop de informatie dat hier de eerste buitenlandse autotoerist in 1901 langs reed. En dat was een Nederlander! De weg naar de cache gaat alleen maar omhoog en het zweet staat me al snel op mijn rug. Maar ik geef niet op, daar is deze plek veel te mooi voor. Ongelooflijk als je bedenkt dat hier vroeger auto's langs reden (foto 4). De cache vind ik redelijk snel. Ik had nog verder naar boven kunnen lopen voor een mooier uitzicht, maar ik merk nu duidelijk dat ik veel langer over afstanden doe dan gepland. Ik hoop dat ik voor het donker in Flåm ben!

foto 4:

Vindhella, de weg waar als eerste een Nederlander als autotoerist over reed.  

Voor ik in Lærdalsøyri aankom moet ik eigenlijk afslaan de tunnel in richting Aurland, maar ik moet gewoon even door naar Lærdalsøyri, het centrum van de gemeente Lærdal. Dit plaatsje heeft een centrum met oude houten huizen en smalle straatjes. In veel dorpen in Noorwegen is het dorpscentrum verdwenen, maar hier gelukkig bewaard gebleven. Een wandeling door Lærdalsøyri is een absolute must! Ook hier kan ik nog drie caches doen, waarvan 1 buiten het centrum van Lærdal aan de Sognefjord. Ik rijd daarna door de tunnel richting Fodnes, alwaar ik de auto parkeer en geniet van het prachtige wijdse uitzicht over de Sognefjord, de langste en diepste fjord ter wereld. De cache ligt iets de berg op. De hint is dat het doosje onder een steen ligt, maar hier liggen zoveel stenen dat het een hele zoektocht wordt. Als ik net op wil geven, en ik nog een laatste steen optil, vind ik de cache. Gelukkig maar, want ik kan het niet uitstaan als ik een cache niet vind. Na deze cache besluit ik niet meer over de berg (Aurlandsveien) te rijden. De bergen liggen in de wolken en het is dan zonde om deze mooie weg te rijden (en geen uitzicht te hebben). Ook is het al behoorlijk laat en ik wil op tijd in Flåm aankomen. Via dezelfde tunnel weer terug en dan door naar de Lærdalstunnel, met zijn 25 km de langste autotunnel van de wereld. Niet de leukste optie, maar wel de snelste!

Om half 10 check ik in bij Heimly Pensjonat. Een wat ouder hotel met niet de meest moderne meubels en badkamerinrichting, maar ze hebben wel WIFI en een prachtig uitzicht op de fjord (foto 5).

Tijdens een verfrissende wandeling om half elf ‘s avonds langs dezelfde fjord (richting weer twee caches) bedenk ik me dat ik niet had hoeven vrezen om niet voor het donker aan te zijn. Ik woon in het land van de midzomernachtzon, en ook al ligt Flåm nog ver onder de poolcirkel, ook hier wordt het in de zomer bijna niet donker ‘s nachts.

foto 5:

Uitzicht op de fjord vanuit het hotel in Flåm

De volgende dag start ik, na een eenvoudig ontbijt maar met een prachtig uitzicht, met een wandeltocht naar de Brekkefossen, een waterval even buiten Flåm. De auto parkeer ik vlak bij het begin van het pad naar boven. Aan het begin van het pad is nog het resultaat te zien van wat een storm een jaar geleden aangericht heeft: veel omgewaaide bomen en takken, en een duidelijk “pad” van een aardverschuiving. Gelukkig is er een nieuw pad aangelegd, dat het wat makkelijker maakt. Het pad naar boven is vrij stijl en dat is voor een Nederlander die alleen maar vlakke bergen gewend is, een uitdaging. Ondanks dat ik hier nu al 8 jaar woon, heb ik nog steeds problemen met omhoog lopen. De conditie blijkt ook niet zo goed te zijn als aanvankelijk gedacht! Het zweet staat me al na een paar minuten op mijn rug!  Frustrerend als Noren je dan in een moordend tempo voorbij lopen terwijl je zelf veel moeite moet doen om (hijgend en puffend) naar boven te komen. Maar alle inspanning wordt beloond met een prachtig uitzicht, zowel op Flåm en de Aurlandsfjord als op de waterval. Een absolute aanrader! (foto 6)

foto 6:

Uitzicht vanaf de Brekkefossen.

Terug bij de auto gaat de tocht via een tunnel en daarna een smalle, wat bochtige weg naar Undredal, een klein dorpje aan de westkant van de Aurlandsfjord. Bekend om zijn lokaal geproduceerde geitost (geitenkaas: bruine kaas met een caramelachtige smaak onstaan door het urenlang koken van de room). Ook staat hier het kleinste, nog in gebruik zijnde (houten) kerkje van Scandinavië: 4 x 8 meter en 40 zitplaatsen (foto 7). Een gelogde cache en een halve kilo geitost rijker, vertrek ik, via weer een lange tunnel, naar Gudvangen. Gudvangen ligt aan het eind van de Nærøyfjord, de smalste fjord van Noorwegen, omringd door 1200 meter steile, hoge bergen. De fjord staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Van hieruit kun je met de boot naar Flåm, of met de ferry naar Kaupanger, aan de andere kant van de Sognefjord. Vandaar via de ferry Mannheller – Fodnes en Lærdal, de Aurlandsvegen (Aurlandsweg, ook wel de sneeuwweg genoemd) op. De oude weg van Lærdal naar Aurland over de hoogvlakte die alleen in de zomer open is. Maar goed dat er sinds 2000 ook een tunnel is. Wel 25 kilometer lang en nogal slaapverwekkend (geen mooie uitzichten na elke bocht), maar je kunt in ieder geval wel zeggen dat je door de langste autotunnel van de wereld gereden bent! Nee, geef mij maar de Aurlandsveien met hier en daar nog sneeuw. Deze weg heb ik al twee keer gereden, maar het blijft prachtig. Een fantastisch landschap waar je ogen te kort komt. Bij elke parkeerplaats wil je wel stoppen om foto’s te nemen. Elke parkeerplaats heeft een nog mooier uitzicht dan de andere. En vergeet niet in je achteruitkijkspiegel te kijken! En dat geldt eigenlijk voor heel Noorwegen: Elke bocht die je neemt levert weer een ander beeld op, de een nog mooier dan de ander. Je zou ook bijna ogen in je achterhoofd  moeten hebben, want niet alleen voor je is het mooi, achter je misschien zelfs nog mooier! Voor je de steile, bochtige en smalle afdaling naar Aurland inzet, moet je even stoppen bij Stegastein, een special gebouwd uitkijkpunt. Mensen met hoogtevrees doen er misschien goed aan de uitbouw niet te betreden! Maar als je je angst overwint word je beloond met een fantatisch uitzicht over de Aurlandsfjord. 

foto 7:

het kerkje van Undredal.

 

Maar goed, niets van dat alles voor mij nu. Ik ben in Gudvangen om Viking Village te bezoeken en deel te nemen aan de vikingmarkt aldaar. Een betere plek voor het beleven van een stukje Noorse geschiedenis is er niet. Omringd door hoge bergen en aan een fjord kun je hier kennis maken met hoe de Vikingen woonden en leefden. Het is de bedoeling dat hier in Gudvangen een heel Vikingdorp zal worden opgebouwd, een levend museum. Zover is het nog niet, maar elke zomer verzamelen zich hier "vikingen" uit meerdere landen (zelfs uit Nederland!), wonen in tenten en demonstreren oude handwerktechnieken als naaldbinden, spinnen op een handtol, kaartweven, smeden, leerbewerken, etc. Sinds ik in Hyllestad in het Kvernsteinspark heb gewerkt en daar kennis heb gemaakt met het Vikingleven (zie dagboek 15), voel ik me viking en ben ik verslaafd aan naaldbinden en kaartweven. Ik heb me aangesloten bij een vikingvereninging hier in de buurt. Een van de dames, Ingrid, staat samen met haar partner op de markt. Ze verkoopt dingen die ze van wol maakt en kinderen kunnen bij haar armbandjes vilten (foto 8). Ik sluit me bij hen aan en ben twee dagen Viking in Gudvangen. In stralend zomerweer (hoezo Noorwegen koud?) toon ik busladingen toeristen (ben benieuwd op hoeveel foto's ik sta....) hoe je van wol een draad maakt en loop ik op mijn blote voeten in Vikingkledij langs de fjord. Noorser dan dit kan het bijna niet! Ik geniet me te pletter in dit imponerende Noorse landschap!

foto 8:

Ingrid en ik vilten armbandjes met kinderen

(foto genomen door Alie Schuring)

 

 

Dit zou ik vaker moeten doen bedenk ik me als ik na twee dagen afscheid neem van Gudvangen en de vikingmarkt. Er zijn in heel Noorwegen meerdere vikingmarkten 's zomers, dus ik neem me voor om in de toekomst meerdere markten te bezoeken. Niet zozeer om dingen te verkopen, wat natuurlijk ook mogelijk is, maar ik merk dat ik het erg leuk vind om verschillende technieken te demonstreren. Ik denk er even over om een vikingtent te kopen, maar laat dat idee snel los. Zo'n tent is prijzig, en past daarbij niet in mijn auto. Ja, hoe moet ik hem dan mee krijgen? Ook zal ik niet in die tent overnachten, maar in de buurt van de vikingmarkt een hotel of hut opzoeken. Noem me maar een moderne viking! Goed, geen tent dus, maar ik heb inmiddels wel een vikingkist aangeschaft. Deze werden vroeger gebruikt op de vikingschepen. Men had hierin zijn bezittingen en je zat erop als er geroeid moest worden. Erg handig dus! (en je kunt er ook alle moderne dingen die je meehebt naar de markt indoen, zoals een flesje water, je mobiel, etc.).
Met weemoed neem ik dus afscheid van Gudvangen en de Vikingmarkt. De terugreis rijdt ik via de rijksweg 50 Aurland - Hol. Eerst omhoog de berg op en daarna over de hoogvlakte. De weg is korter dan de heenweg, maar ik doe er veel langer over. En nee, dat komt niet door alle geocaches die ik onderwg meepik. Maar doordat de weg een stuk slechter is dan de weg die ik op de heenreis genomen heb. Ook mooi, maar ik moet toegeven dat ik de heenweg mooier vind/vond.

Eenmaal thuis geniet ik nog dagen na van deze korte vakantie in eigen land. Het heeft me veel energie gegeven en me weer meer laten zien wat ik leuk vind en waar ik energie van krijg. Wie weet ga ik hier ooit nog eens iets meer mee doen (en geld mee verdienen!).

foto 9:

Viking Valley in Gudvangen

(foto genomen door Alie Schuring)